Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zwart-wit-tv

vrouwelijk (de)/zwΙ‘rtˈwΙͺteˌve/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. monochrome televisie met een beeld dat bestaat uit grijstinten
    Blijboom: Vroeger, in de tijd van de zwart-wit-tv, had je Poets, met de in- en inbeschaafde Fred Oster. Grapjes op de vierkante meter, maar nooit ten koste van een ander.
    Ruim 13.000 Britse huishoudens kijken nog naar zwart-wit-televisie. Londen telt de meeste licenties voor zwart-wit-tv, gevolgd door Birmingham en Manchester. Dat meldt de BBC.