Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zwartgele hapvogel
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel die behoort tot de onderorde schreeuwvogels (suboscines). Net als de andere breedbekken is dit een plompe vogel van ca. 16 cm lengte met een forse, brede snavel. De vogel is gebonden aan tropisch regenbos
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek