zwarthandelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die door illegale handel enorme winsten maakt; handelaar die misbruik maakt van een situatie
    Allerlaatste kans: post op 1 of 3 juni voor de Ziggo Dome in de hoop op een zwarthandelaar die nog een redelijke prijs hanteert.
    Maar wie geld inwisselde moest de herkomst van het geld aantonen. Zwart geld werd niet aangemeld waardoor de beruchte zwarthandelaren uit de oorlog in één klap hun winsten kwijt waren.