Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zwartkoprietzanger
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie van . Het verenkleed van deze 13 cm lange vogel is aan de bovenzijde lichtbruin en aan de onderzijde vaalwit. Boven het oog bevindt zich een lichte streep
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek