Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zwartmaskerpitta
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae). De zwartmaskerpitta is 15 cm lang, hij heeft een zwarte kop en is verder van boven mosgroen. Op de vleugel zit een glinsterend, turquoise (groeneblauwe) vlek. De buik en de borst zijn lichtbruin tot bleek okerkleurig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek