Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zwartmaskerpitta

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae). De zwartmaskerpitta is 15 cm lang, hij heeft een zwarte kop en is verder van boven mosgroen. Op de vleugel zit een glinsterend, turquoise (groeneblauwe) vlek. De buik en de borst zijn lichtbruin tot bleek okerkleurig