Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zwartrosse boomgors
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (tangaren). Deze soort komt voor van zuidoostelijk Paraguay tot zuidoostelijk Brazilië, Uruguay en centraal Argentinië
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek