Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zwartroze boomloper
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie . Deze soort is endemisch in Nieuw-Guinea en telt 3 ondersoorten
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek