zweem
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van zweem?
zweem betekent: spoor
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spoor
Voorbeelden van "zweem" in een zin
- Er was geen zweem van berouw te herkennen.
- Hoewel boeren in beide regelingen geld ontvangen om met hun bedrijf te stoppen, verschillen de doelen, middelen en de uitvoerder van de regeling. Wel is er één belangrijke overeenkomst: uitkopen gaat altijd vrijwillig. "Er zal nooit een zweem van verplichting aan zitten", verduidelijkt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg (IPO).
- Ik moest dat zweempje blauw te pakken krijgen, die weerschijn van het colbert in die koude staalgrijze ogen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vleugje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1773
Vertalingen
DuitsSpur, Hauch, Schimmer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek