zweet
onzijdig (het)/zwet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fysiologie) vocht dat door de huid wordt uitgescheiden als koeling en middel om sommige afvalstoffen kwijt te rakenOmdat de uitscheiding toeneemt je het warm krijgt, wordt "zweet" vaak met hitte, inspanning of angst in verband gebracht.Het zweet parelt in druppels van zijn voorhoofd.Binnen de kortste keren was mijn shirt compleet doorweekt van het zweet.
- (jachttaal) jagersterm voor bloed
Etymologie
* van Middelnederlands "sweet"
Uitdrukkingen
- Badend in het zweet — Heftig zwetend
- In het zweet des [zijns/uws, ...] aanschijns zult gij brood eten. — Men moet hard werken om in zijn levensonderhoud te voorzien
Vertalingen
Engelssweat
Franssueur
DuitsSchweiß
Spaanssudor
Italiaanssudore
Turkster, arak
Poolspot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek