zweetklier
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzwetklir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een klier in het lichaam dat zweet produceert.De zweetklier moest tijdens het sporten hard werken.Ik voelde mijn armen prikken van de zenuwen, zweetklieren die dreigden open te springen.In zijn grijze pak ziet de gestalte er zo rustig en koel uit dat men zich onwillekeurig afvraagt of een dergelijke volmaakte verschijning wel zweetklieren, slijmvliezen en een spijsvertering heeft.
Vertalingen
Engelssweat gland
Fransglande sudoripare
DuitsSchweißdrüse
Spaansglándula sudorípara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek