zweetklier

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzwetklir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een klier in het lichaam dat zweet produceert.
    De zweetklier moest tijdens het sporten hard werken.
    Ik voelde mijn armen prikken van de zenuwen, zweetklieren die dreigden open te springen.
    In zijn grijze pak ziet de gestalte er zo rustig en koel uit dat men zich onwillekeurig afvraagt of een dergelijke volmaakte verschijning wel zweetklieren, slijmvliezen en een spijsvertering heeft.

Vertalingen

Engelssweat gland
Fransglande sudoripare
DuitsSchweißdrüse
Spaansglándula sudorípara