zwembad
onzijdig (het)/ˈzwɛmbɑt/
Wat is de betekenis van zwembad?
zwembad betekent: (zwemmen) een bassin om in te zwemmen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zwemmen) een bassin om in te zwemmen
- een inrichting om te zwemmen
Voorbeelden van "zwembad" in een zin
- Ze maakten 's winters het zwembad leeg.
- Een reeds lang geleden gesloten hotel met een verschoten lichtbak die de reiziger een zwembad en kamer met tv belooft.
- We kampeerden in het wild langs beken en zagen zelden andere mensen. Een warme douche of zwembad zat er niet in.
- De jeugd gaat tegenwoordig graag naar het zwembad op een warme zomerse dag.
Etymologie
* In de betekenis van ‘zwembassin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1720
Vertalingen
Engelsswimming pool, swimming-bath, swimming-pool
Franspiscine
DuitsSchwimmbad, Schwimmbecken
Spaanspiscina, alberca
Italiaanspiscina
Portugeespiscina
Chinees游泳池
Japansプール
Poolsbasen pływacki
Zweedssimbassäng
Deenssvømmebassin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek