Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zwemdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dag dat men zwemt
    De zwemvierdaagse vindt dit jaar onder een gunstig gesternte plaats. Zelden was het bij de start zulk mooi weer. Die stralende aanloop was te zien in de kaartverkoop. Al 500 mensen hadden zich vooraf van een kaartje verzekerd. Volgens voorzitter Henk Roosink van het organiserende De Mors, zal dit vermoedelijk naar een record aantal deelnemers leiden. Meer dan 1000 is de verwachting. De laatste zwemdag is vrijdag.
  2. een dag die geschikt is om te zwemmen
    De belangstelling voor de eerste zwemdag was groot. Voor de kassa stond een flinke rij van met name jonge kinderen die wilden gaan zwemmen.