zwerflust
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de neiging om naar een andere plaats te willen reizen; de neiging om een ongeregeld leven te leidenEen greep uit het aanbod: in Zoutkamp laat reizigerscollectief Zwerflust festivalbezoekers meesmullen van hun reisverhalen. De Telegraaf 26 mrt. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/840250/tre-kfestival-ode-aan-de-trekvogel TREKfestival: ode aan de trekvogel]Zijn zwerflust verklaart zijn schrijverspseudoniem: hij beschouwde zichzelf als een ”doolaard”, een rusteloze –en onafhankelijke– zwerver die zich niet kan binden aan een bepaalde plaats. Reformatorisch Dagblad dr. J. de Gier 17-09-2011 [https://www.rd.nl/boeken/schrijver-a-den-doolaard-had-eerbied-voor-het-leven-1.632669 Schrijver A. den Doolaard had eerbied voor het leven]Zelf verklaarde de avonturier zijn zwerflust uit de eerste drieëneenhalf jaar van zijn leven. Die bracht hij door bij een gastfamilie op het platteland van Engeland. „Die fenomenaal wetteloze jaren hebben mij ongeschikt gemaakt voor de flauwste schaduw van begrenzing”, schreef hij later in A Time of Gifts (1977). NRC Bruno Braak 13 augustus 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/08/13/erudiete-avonturier-leefde-zijn-eigen-boeken-12030114-a1242139 Erudiete avonturier leefde zijn eigen boeken]
Vertalingen
Engelswanderlust
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek