zwieping

vrouwelijk (de)/ˈzwipɪŋ/

Wat is de betekenis van zwieping?

zwieping betekent: (bouwkunde) een schuingeplaatste lat die twee onderdelen in onderling loodrechte stand houdt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een schuingeplaatste lat die twee onderdelen in onderling loodrechte stand houdt
  2. techniek (techniek) afwijking door doorbuigen

Voorbeelden van "zwieping" in een zin

  • Deze verbinding wordt ook verkregen door de zwiepingen welke tegen de steigerpaal en den kozijnstijl gespijkerd zijn.

Etymologie

* van zwiepen