zwierbol
mannelijk (de)/'zʋirbɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een aan een touw opgehangen bol waarmee men kegels tracht om te doel vallenVroeger hadden ze zwierbollen op de kermis.
- iemand die te makkelijk te veel geld uitgeeft aan drank en vrouwen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek