zwierbol

mannelijk (de)/'zʋirbɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een aan een touw opgehangen bol waarmee men kegels tracht om te doel vallen
    Vroeger hadden ze zwierbollen op de kermis.
  2. iemand die te makkelijk te veel geld uitgeeft aan drank en vrouwen