Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zwierder

mannelijk (de)/ˈzwirdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden, techniek (huishouden) (techniek) apparaat iets droger maakt door het zo hard rond te laten draaien dat veel water eruit wordt geslingerd
    Een grondige wasbeurt, dat betekent: drie maal de sla reinigen in een zwierder, telkens met proper vers water.
    Alles met d'hand, zonder machine, wassen en wrijven met de schuurborstel, spoelen, wringen zonder zwierder, en alles uithangen om te bleken, inhalen, dampen en strijken.
    {{ouds
  2. geschiedenis (geschiedenis) taps toelopende paal die rust op een gaffel dicht bij het zwaardere dikke eind en met aan het dunne eind een haak waaraan een emmer hangt, zodat je door de hefboomwerking van het zware eind met weinig inspanning de emmer diep in een put kan laten zakken
  3. pejoratief (pejoratief) man die een vrolijk, maar te losbandig leven leidt
    Ze mogen best weten dat die Reinders niet een vrolijke zwierder is. En ik klaag niet. Ik ben zeer tevreden.
    {{ouds
  4. beroep, textielindustrie (beroep) (textielindustrie) bediener van een droogtrommel in een blekerij
  5. sport (sport) (schaatsen) man die het schoonrijden beoefent
    {{ouds

Etymologie

*afgeleid van "zwier"