zwoelheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een erotisch geladen atmosfeerDe ene wereld ademt de rokerige zwoelheid van de tangobar, de andere de ontsmettingslucht van het ziekenhuis.
Etymologie
*Afgeleid van zwoel .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek