Aam
onzijdig (het)/am/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- oude vochtmaat, met name voor wijn1=In Amsterdam gold: 1 aam = 4 ankers = 64 stopen = 155,223 liter.
- een vat met ongeveer de inhoud van 1 aam
Etymologie
* Oude ontlening als term uit de wijnbouw aan Latijn (h)ama ‘vuuremmer’ (later ook ‘wijnvat’) < Grieks ámē ‘emmer’, van onzekere verdere herkomst.
Vertalingen
Engelsaum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek