Aboriginal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɛbəˈrɪdʒənəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eufemisme oorspronkelijke bewoner van een gebied voordat (met name Engelstalige) immigranten zich daar gingen vestigen, of een nazaat daarvanVooral gebruikt als (eufemisme) om de koloniale associaties met inboorling of inlander te vermijden. Wanneer het in feite gaat om mensen met onderscheiden culturen met een eigen naam kan ook "aboriginal" als laatdunkend worden ervaren.
    Een jonge Canadese aboriginal vertelt zijn grootvader hoe wanhopig hij is.
    We wilden onder meer graag een bezoek brengen aan de oudste bewoners van Taiwan, de „aboriginals", van wie de geleerden nog steeds niet weten waar ze eigenlijk vandaan komen.
    Volgens een wijdverbreid verhaal vroeg de eerste Engelse ontdekkingsreiziger die een kangoeroe voorbij zag hoppen aan een aboriginal: ‘Hoe heet dat beest?’

Etymologie

*van "aboriginal"