abonneren

/ɑbɔ'nerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~ op een abonnement aangaan
    Hij heeft zich op de Volkskrant geabonneerd.
  2. ov (ov) een abonnement verstrekken

Etymologie

*afgeleid van het Franse abonner () [https://fr.wiktionary.org/wiki/abonner Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelssubscribe
Franss’abonner à, souscrire
Duitsabonnieren
Spaanssuscribirse, abonarse
Italiaansabbonarsi
Poolsabonować, zaabonować, prenumerować