Agaat

/ˈaɣat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mineraal (n) (mineraal) een doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van trigonaal kwarts en een subvariëteit van chalcedoon
    De binnenzijde van een geode bestaat vaak uit agaat.
  2. (m) een stenen voorwerp bestaande of vervaardigd uit [1]
    Zij droeg een halsketting met prachtige agaten.

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelsagate
DuitsAchat, Achat
Spaanságata, ágata
Russischагат, агат
Poolsagat, agat