aanspreektitel

mannelijk (de)/ˈansprekˌtitəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. titel waarmee men iemand aanspreekt
    Monseigneur is de aanspreektitel van een kardinaal.
    Astrid genoot in elk geval zichtbaar van haar aanspreektitel.

Vertalingen

DuitsAnrede