aanschaf

mannelijk (de)/ˈansxɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zich iets aanschaffen
    De aanschaf van huisdieren is een serieuze zaak.
    We zijn niet van nature geneigd onze ervaringen kritisch te analyseren, en dus kan het vreemd en lastig zijn om alle details van een vakantie of feest, de aanschaf van een jas of een fiets door te nemen, en zo alle aangename of pijnlijke aspecten ervan boven water te krijgen die idealiter de leidraad voor toekomstige uitgaven zullen vormen.

Etymologie

* van aanschaffen.

Vertalingen

Engelsacquisition
Fransacquisition
DuitsAnschaffung
Spaansadquisición
Zweedsanskaffning