aankoop

mannelijk (de)/ˈaŋkop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) datgene wat men aankoopt
    Mijn vader kwam zijn nieuwste aankoop trots aan me tonen.
  2. handel (handel) de daad van het aankopen
    De aankoop kon niet doorgaan omdat ik mijn geld was vergeten.

Etymologie

* van aankopen

Vertalingen

Engelspurchase, acquisition
Fransachat
DuitsKauf
Spaanscompra, adquisición
Italiaansacquisto
Poolszakup