aankoop
mannelijk (de)/ˈaŋkop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) datgene wat men aankooptMijn vader kwam zijn nieuwste aankoop trots aan me tonen.
- (handel) de daad van het aankopenDe aankoop kon niet doorgaan omdat ik mijn geld was vergeten.
Etymologie
* van aankopen
Vertalingen
Engelspurchase, acquisition
Fransachat
DuitsKauf
Spaanscompra, adquisición
Italiaansacquisto
Poolszakup
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek