aanspreekt
ˈansprekt
Wat is de betekenis van aanspreekt?
aanspreekt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanspreken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanspreken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanspreken
Voorbeelden van "aanspreekt" in een zin
- ... dat jij aanspreekt.
- ... dat hij aanspreekt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek