Al

onzijdig (het)/ɑl/

Betekenis

voegwoord
  1. ook wanneer, ondanks dat
    Al is hij nog zo moe, hij blijft gewoon doorgaan.
voornaamwoord
  1. geheel
    Hij probeerde het met al zijn macht.
voorzetsel
  1. kookkunst (kookkunst) met (alleen in onderstaande verbindingen)
voorzetsel
  1. op (alleen in onderstaande verbindingen)
lidwoord
  1. de, het (in woorden ontleend aan het Arabisch)
zelfstandig naamwoord
  1. heelal

Etymologie

# ~ + deelwoord: terwijl, tijdens

Uitdrukkingen

  • al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
  • eind goed, al goed
  • al met al
  • Al doende leert menhet is niet omdat je geen ervaring in iets hebt, dat je het niet moet proberen; door iets zelf te doen leert men dat het best
  • Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar welliegen keert zich tegen je, altijd! - met een leugen schiet iemand niets op omdat de waarheid altijd vroeg of laat naar buiten komt
  • Al te goed is buurmans gekslachtoffer worden van je eigen goedheid / als iemand te goed is maken mensen gauw misbruik van iemand; geholpen hebben maar daar geen bedankje maar aanmerkingen op krijgen
  • Al vaak met dat bijltje gehakt hebbenhet werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet
  • Al wat de klok slaatStoett-1186 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]

Vertalingen

Engelsalready
Fransdéjà
Duitsbereits, schon
Spaansya
Portugees