Angelsaksisch

onzijdig (het)/ɑŋəl'sɑksis/

Wat is de betekenis van Angelsaksisch?

Angelsaksisch betekent: West-Germaanse taal die tussen ca. tussen 400 en 1100 werd gesproken en die geldt als de rechtstreekse voorloper van het Middelengels

Betekenis

eigennaam
  1. taal_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties West-Germaanse taal die tussen ca. tussen 400 en 1100 werd gesproken en die geldt als de rechtstreekse voorloper van het Middelengels

Voorbeelden van "Angelsaksisch" in een zin

  • Het Angelsaksisch werd een lange tijd gesproken.

Etymologie

afgeleid van Angelsaks met het achtervoegsel -isch

Vertalingen

DuitsAngelsächsisch, angelsächsische Sprache
EngelsOld English, Anglo-Saxon
Fransanglo-saxon
Italiaansanglosassone
noangelsaksisk
nnangelsaksisk
Japans古英語
csanglosaština
Zweedsanglosaxiska