Apache

mannelijk (de)/aˈpɑxə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straatrover die in het begin van de 20ste eeuw actief was in de grote steden (vooral Parijs)
    Er is mij iets vreeslijks overkomen! Stel je voor, toen ik je gisteren verliet, ben ik, vlak bij huis, in de Avenue Dubouchage door apachen overrompeld! (Louis Couperus, Modern toerisme) {{Aut|Couperus, Louis

Etymologie

*van """, een verwijzing naar de krijgslust van de Apachen

Vertalingen

Engelsruffian