Bakker
mannelijk (de)/'bɑkər/
Wat is de betekenis van Bakker?
Bakker betekent: (beroep) iemand die brood en taarten bakt om ze te verkopen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die brood en taarten bakt om ze te verkopen
- (beroep) iemand die bakt
- een bedrijf of winkel waar je brood en deegwaren kunt kopen
Voorbeelden van "Bakker" in een zin
- Een bakker moet vroeg opstaan om 's-morgens vers brood te kunnen verkopen.
- Sinds 'Heel Holland bakt' denkt iedereen een bakker te zijn.
- Loop jij even naar de bakker voor een vers brood.
- De enigen die zich niets aantrokken van de ellende waren de kinderen, die wanneer de volwassenen niet keken gedrieën het hinkelspel speelden en in de ochtend, middag en avond, op verzoek van hun moeders, vreedzaam in de rij stonden voor de bakker of de kiosk, en heimelijk snoep en speelgoed met elkaar deelden.
- In een dorp waar ze je bij je naam noemen bij de bakker en de slager, gewoon omdat je daar vaak komt, niet omdat ze je van tv kennen.
Etymologie
*afgeleid van bakken
Uitdrukkingen
- Komt voor de bakker — Komt in orde
- Voor de bakker zijn — voor elkaar zijn, in orde zijn
Vertalingen
Engelsbaker
Fransboulanger
DuitsBäcker
Spaanspanadero
Italiaanspanificatore, panettiere
Poolspiekarz
Zweedsbagare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek