Balen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) gevoelens van groot ongenoegen koesterenHij baalde enorm toen hij dat hoorde.Ik baalde ervan dat de pas nog zo ver weg lag, maar voelde tegelijkertijd ook opluchting toen ik in de verte drie gekleurde stipjes zag.Wanneer ik zeg dat ze mij nog niet hebben gebeld, kan ze haar teleurstelling nauwelijks verbergen. Daar belde ze natuurlijk voor, om samen te balen dat de rol aan onze neus voorbijging.
Etymologie
*Ontstaan uit Er balen tabak van hebben: er meer dan genoeg van hebben . De oorsprong van het werkwoord ligt dus in het meervoud balen.
Uitdrukkingen
- het is flink balen — het is uiterst vervelend
Vertalingen
Engelsbe fed up with, that is a real bummer
Fransen avoir marre, ben, quelle déception!
Spaansestar harto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek