Batist
onzijdig (het)/ba'tɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een fijn, doorschijnend weefsel dat gemaakt kan zijn van linnen, wol, katoen, zijde of zelfs kunstzijde
Etymologie
*mogelijk (eponiem) dat zou verwijzen naar Baptiste Cambray, een Franse wever uit de 13e eeuw; in de betekenis van ‘zacht doek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1827
Vertalingen
Engelsbatiste, cambric
Fransbatiste
Spaansbatista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek