beëlzebub
mannelijk (de)/beˈʔɛlzəˌbʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die anderen angst aanjaagtMertens maakt zich tot een beëlzebub in de gedaante van zijn duivel.
- (primaten) (verouderd) bepaald soort Zuid-Amerikaanse aap,De maki is een vreemde aap, gelijk zijn broeders, de brulaap en de beëlzebub.
Etymologie
*(eponiem) van "Beëlzebub"
Vertalingen
Spaansbelcebú
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek