Bloesem
mannelijk (de)/blusəm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bloemengeheel van een vruchtboomDe aanhoudende koude bedreigt de bloesems van Limburgse appelbomen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘bloem waaruit zich later een vrucht ontwikkelt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Vertalingen
DuitsBlüte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek