Blokker

mannelijk (de)/'blɔkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die hard studeert.
    Hij was een echte blokker die al weken voor zijn examen heel hard aan het studeren is.
    Zelf had ik er geen problemen mee om met blokkers te praten, Ze waren niet besmettelijk en ik was de beste in handbal van de klas, de een-na-beste in toestellengymnastiek en bovendien ploegleider.
  2. verkorting van blokkeerder.
    Hij gebruikte bèta-blokkers tegen hoge bloeddruk.

Etymologie

* van blokken