Bolderik

mannelijk (de)/'bɔldərɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een plant uit de anjerfamilie
    Vroeger raakte bolderik soms meegemalen in het meel van de oogst en gaf dat vergiftigingsverschijnselen.

Etymologie

*afgeleid van bol

Vertalingen

Engelscorncockle, corn cockle
DuitsKornrade
Spaansneguilla, neguillón
Russischкуколь