woorden
boek
Start
›
B
›
Bomer
Bomer
mannelijk (de)
/'bomər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die veel en breedvoerig kan praten
Etymologie
* van bomen
Synoniemen
kletskous
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bomenziekte
bomers →