Boomgaard

mannelijk (de)/ˈbomɣart/

Wat is de betekenis van Boomgaard?

Boomgaard betekent: een stuk grond met vruchtbomen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stuk grond met vruchtbomen

Voorbeelden van "Boomgaard" in een zin

  • Het is prachtig in de lente met de boomgaard in bloei.
  • In het bijgebouw achter de boomgaard had ze een oud houten paneel gevonden dat ze heimelijk, alsof het smokkelwaar was, had meegenomen naar zolder.
  • Nietsvermoedende konijnen hopsten door de boomgaard en op de heuvels in de verte werden geiten gehoed, de bellen om hun nek klingelden atonaal en onregelmatig, een rustgevend geluid, omdat er geen enkele opzet achter zat.

Betekenis en uitleg van Boomgaard

Een boomgaard is een stuk grond waar fruitbomen staan, vaak met het doel om vruchten te oogsten. Het is een plek vol leven en kleur, vooral tijdens de bloeiperiode wanneer de bomen in volle bloei staan.

Het woord 'boomgaard' wordt vaak gebruikt in de context van landbouw en tuinarchitectuur. Je kunt het gebruiken wanneer je praat over het telen van fruit of het behoud van traditionele landschappen. Een boomgaard roept een gevoel van rust op en wordt vaak geassocieerd met plattelandsleven en duurzaamheid.

Voorbeelden

  • Tijdens onze fietstocht kwamen we langs een prachtige boomgaard vol bloeiende appelbomen.
  • In de herfst helpt de hele familie mee om de peren uit de boomgaard te plukken.
  • De boomgaard was een ideale plek voor een picknick, omringd door de geur van rijp fruit en het gezang van vogels.

Woordoorsprong

Het woord 'boomgaard' komt van de samenvoeging van 'boom' en 'gaard', waarbij 'gaard' verwijst naar een omheind stuk land.

Veelgestelde vragen over Boomgaard

Wat is de betekenis van Boomgaard?

Boomgaard betekent: een stuk grond met vruchtbomen

Welk woordgeslacht heeft Boomgaard?

Boomgaard is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van Boomgaard?

Synoniemen van Boomgaard zijn: bongerd, bogaard.

Hoe gebruik je Boomgaard in een zin?

Voorbeeld: “Het is prachtig in de lente met de boomgaard in bloei.

Etymologie

* In de betekenis van ‘grond met vruchtbomen’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Vertalingen

Engelsorchard
Fransverger
DuitsBaumgarten
Spaanshuerto, vergel
Italiaansfrutteto
Portugeespomar
Zweedsfruktträdgård