Boterbloem
vrouwelijk (de)/ˈbotərˌblum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van een aantal meestal overblijvende, kruidachtig planten met helder gele of soms witte bloemen uit de familie . Het geslacht omvat onder andere de boterbloemen en de waterranonkels. Afhankelijk van de taxonomische opvatting telt het tussen de 250 tot 600 soortenKoeien houden niet van boterbloemen omdat zij een slechte smaak hebben en giftig zijn, hoewel ze gedroogd in hooi wel eetbaar zijn.
Etymologie
* , vergelijk Duits "Butterblume"
Vertalingen
Engelsbuttercup
Fransbouton d'or, renoncule
DuitsButterblume, Hahnenfuß
Spaansbotón de oro, hierba bélida, ranúnculo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek