botel
onzijdig (het)/boˈtɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hotel, gevestigd op een afgemeerde boot
Etymologie
* In de betekenis van ‘drijvend hotel’ voor het eerst aangetroffen in 1965
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘drijvend hotel’ voor het eerst aangetroffen in 1965