Braak

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van Braak?

Braak betekent: een bewerking van vlas of hennep waarbij de houtachtige lemen van de vlas- of hennepstengels gebroken worden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bewerking van vlas of hennep waarbij de houtachtige lemen van de vlas- of hennepstengels gebroken worden
  2. gereedschap (gereedschap) een houten toestel bedoeld voor [1]
  3. een stuk braakliggend land
  4. een om de hals van een schutterskoning gehangen versiering
  5. waterbeheer het breken of stukmaken van iets (bijv. van een dijk) (ook (waterbeheer))
  6. juridisch (juridisch) het ongeoorloofd verbreken van een verzegeling of vergrendeling

Voorbeelden van "Braak" in een zin

  • Met de braak worden de hennepstengels gebroken zodat houtpijp en vezel worden gescheiden.
  • Een braak bestaat uit twee planken voorzien van balkjes die in elkaar vallen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘inbraak, huisbraak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1843

Vertalingen

Engelsbrake
Fransbroie, brisoir
DuitsFlachsbreche
Spaansagramadera
Italiaansgramola