Braak
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van Braak?
Braak betekent: een bewerking van vlas of hennep waarbij de houtachtige lemen van de vlas- of hennepstengels gebroken worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bewerking van vlas of hennep waarbij de houtachtige lemen van de vlas- of hennepstengels gebroken worden
- (gereedschap) een houten toestel bedoeld voor [1]
- een stuk braakliggend land
- een om de hals van een schutterskoning gehangen versiering
- het breken of stukmaken van iets (bijv. van een dijk) (ook (waterbeheer))
- (juridisch) het ongeoorloofd verbreken van een verzegeling of vergrendeling
Voorbeelden van "Braak" in een zin
- Met de braak worden de hennepstengels gebroken zodat houtpijp en vezel worden gescheiden.
- Een braak bestaat uit twee planken voorzien van balkjes die in elkaar vallen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘inbraak, huisbraak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1843
Vertalingen
Engelsbrake
Fransbroie, brisoir
DuitsFlachsbreche
Spaansagramadera
Italiaansgramola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek