braad

Wat is de betekenis van braad?

braad betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braden

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braden
  2. gebiedende wijs van braden
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braden

Voorbeelden van "braad" in een zin

  • Ik braad.
  • Braad!
  • Braad je?