braad
Wat is de betekenis van braad?
braad betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braden
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braden
- gebiedende wijs van braden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braden
Voorbeelden van "braad" in een zin
- Ik braad.
- Braad!
- Braad je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek