Brink
mannelijk (de)/brɪŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (planologie) gemeenschappelijk grasland in het midden van een dorp
Etymologie
* In de betekenis van ‘erf, plein’ voor het eerst aangetroffen in 1152
Vertalingen
Engelsvillage green
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek