Coupure

mannelijk/vrouwelijk (de)/kuˈpyrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderbreking in een waterkering
  2. de geldwaarde waarin waardepapieren worden uitgegeven
    Vanaf donderdag worden zes nieuwe bankbiljetten en drie nieuwe munten ingevoerd. De grootste coupure, van 20.000 bolivar, is op straat minder dan 5 dollar waard. NRC 12 december 2016
    Ooit een briefje van 500 euro in handen gehad? Die kans is bijzonder klein. In Nederland zijn zelfs briefjes van 200 en 100 euro een zeldzaamheid. Grote coupures zijn niet erg courant, en zeker niet liquide in het normale geldverkeer. Er zijn sterke aanwijzingen dat het 500-biljet vooral circuleert in het zwarte en criminele circuit. Er kan daarom weinig bezwaar zijn tegen de beslissing van de Europese Centrale Bank om per 2019 te stoppen met het drukken van deze grootste coupure. Het biljet was sowieso al aan een relatieve terugtocht bezig. Terwijl de economie groeide, stagneert het bedrag in circulatie dat door deze biljetten wordt vertegenwoordigd al een jaar of vijf. NRC 9 mei 2016
  3. deel van een compositie dat niet gespeeld hoeft te worden
    Jesus Christ Superstar Producent Joop van den Ende brengt Andrew Lloyd Webbers rockopera Jesus Christ Superstar , waarin God Jezus en de Duivel Judas mens zijn geworden. Met nieuwe, verrassende arrangementen, hier en daar een coupure en een enkel opgeknipt lied, hebben regisseur Eenens en dirigent Robert Jan Kamer de musical opgefrist. Grote verdienste van Eenens is dat hij de reli-kitsch vermijdt en vervangt door eigen, krachtige beelden. Geen Jezus aan het kruis, maar een bloemenhulde met beertjes en lichtjes à la Theo van Gogh. NRC 2 maart 2006

Etymologie

*van het Frans "coupure"

Vertalingen

Engelsdenomination