coup

mannelijk (de)/kup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) een illegale (poging tot) afzetting van een regering en de vervanging ervan door een nieuw bewind
    De coup schokte de wereld, maar liep op een mislukking uit.
    De Amerikaanse CIA was betrokken bij het omverwerpen van een democratisch verkozen regering in Guatemala, die van Jacobo Arbenz in 1954, in Indonesië met het verwijderen van Soekarno in 1966, het uitschakelen van de linkse Patrice Lumumba in Congo in 1961, en de coup tegen Salvador Allende in Chili in 1973. [https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/03/09/de-russen-komen-een-eeuw-vijandschap-tussen-amerika-en-ruslan/ www.vrt.be (13 mrt 2022)]
  2. machtsovername
    Zij had namelijk alle tijd gehad om deze coup voor te bereiden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘staatsgreep’ voor het eerst aangetroffen in 1961

Vertalingen

Engelscoup, coup d'état, putsch
Franscoup d'État, putsch
DuitsCoup, Putsch, Staatsstreich
Spaansgolpe de Estado, putsch
Italiaanscolpo di Stato, putsch
Portugeesgolpe de Estado
Russischгосударственный переворот, путч
Zweedskupp, statskupp, maktövertagande