Dan
mannelijk (de)/dɑn/
Betekenis
voegwoord
- na een vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord of van een bijwoordHij is groter dan ik. Ik ben even groot als zijn jongere broer.
- (verouderd) toen
zelfstandig naamwoord
- (sport) elk van de tien graden van behendigheid bij Japanse vecht- of denksportenIs deze Joegoslaaf, die al van 1973 het middelpunt van juridische gevechten is en zijn bijnaam ontleent aan een derde dan karate, een gekwelde ex-geheim agent of een levensgevaarlijke crimineel?In Europa wordt go pas sinds rond 1900 gespeeld, aanvankelijk vooral in Duitsland en Oostenrijk. (…) De Oostenrijker Manfred Wimmer (1944-1995) werd in 1978 de eerste westerse professional, de Amerikaan Michael Redmond (geboren 1963) werd in 2000 de eerste westerling die de hoogste rang van negende dan bereikte.
Etymologie
#daarna, vervolgens
Uitdrukkingen
- Als het water zakt, dan kraakt het ijs. — een logisch gevolg
- Als men over de duivel spreekt, dan trapt men hem op zijn staart. — het over iemand hebben en die dan plots tegen het lijf lopen, of iets gebeurt terwijl je het er net over had
- Baat / baadt het niet, dan schaadt het niet
- Baat het niet, dan schaadt het niet. — je kunt het ieder geval proberen, want ook al lukt het niet, je gaat er niet op achteruit.
- Beter een goede buur dan een verre vriend. — je hebt meer aan iemand in de buurt
- Beter een half ei dan een lege dop. — beter iets dan helemaal niets
- Beter een luis in de pot dan helemaal geen vlees. — Wees met weinig tevereden als je toch niet meer bereikt.
- Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. — kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen
Vertalingen
Engelsthen, than
Fransquelconque
Duitswenn ... dann, außer, als
Spaansentonces
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek