Dang
vrouwelijk (de)/dɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lichaamsdeel waarmee insecten als bijen en wespen kunnen steken
Etymologie
*van Middelnederlands "ange" "angel", versmolten met "de"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*van Middelnederlands "ange" "angel", versmolten met "de"