Don

mannelijk (de)/dɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een Spaanse, Portugese, Braziliaanse en Italiaanse betiteling, afgeleid van het Latijnse dominus
    Als we straks allebei in rechtszaken verwikkeld zijn, wat blijft er dan nog van ons over? Ooit waren we een succesvol stel, nu lijken we twee Don Quichotes vechtend tegen demonen uit het verleden.
    'Maar een man zou nooit zijn broek naar beneden doen om het bewijs te leveren.' 'Toch heeft don Alfonso het nooit ontkend.' 'Jezus, Teresa.

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans of Italiaans, in de betekenis van ‘heer, eretitel’ voor het eerst aangetroffen in 1577

Vertalingen

Spaansdon