Egyptenaar
mannelijk (de)/eˈɣɪptənar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) iemand die in Egypte woont of daar vandaan komtDe Egyptenaren staan bekend om hun gastvrijheid.
- (verouderd) zigeuner, RomMen noemde zigeuners in die tijd (en vaak later ook): Egyptenaren, zonen van Farao, Heidenen, Tartaren, Bohémiens, Tsiganes, Gitanos, Gypsies (van ‘Egyptians’), Gigány en nog veel meer.
Etymologie
*afgeleid van Egypte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek