easy rider

mannelijk (de)/ˈiziˌrɑjdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die op een motorfiets rijdt als onderdeel van een ontspannen, rebelse manier van leven
    Zijn dierbaarste bezit was zijn kolossale BMW-motor, reden voor buurman Jan Willem Scholten hem te typeren als ‘easy rider’. Hij hield zich nooit aan enige verkeersregel en had regelmatig een motoragent achter zich aan.
    Ik bleek geen easy rider, maar een ‘trage leerling’, zoals dat eufemistisch heet. Ik zag mede-leeringen komen en gaan – zij slaagden met veel bravoure voor de drie onderdelen waaruit het motorrijbewijs bestaat. Ik niet.
  2. metonymisch, verkeer (metonymisch) (verkeer) bepaald type motorfiets of fiets met een hoog stuur en een heel lang zadel met rugsteun
    Race het hele plein over op deze oerdegelijke stoere easy rider.
  3. figuurlijk (figuurlijk) bepaald soort draagzak voor baby's die op de rug of buik kan worden gedragen
    Uit de kast rolt ook nog een ‘easy rider’, een soort draagzak voor de baby. "Ze liep steeds met het kind te sjouwen, zo groots was ze ermee", vertelt dochter van Lieshout.

Etymologie

*van """, letterlijk: "ontspannen berijder", een verwijzing naar de film uit 1969, waarin de twee hoofdrolspelers op motorfietsen met een hoog stuur en een heel lang zadel met rugsteun rijden