chopper
mannelijk (de)/ˈtʃɔpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) keukengerei dat met ronddraaiende messen voedsel in kleine stukjes haktIn de chopper hakte ze een stukje verse gember, een Spaanse peper en een paar tenen knoflook tot minuscule stukjes.
- (luchtvaart) (informeel) vliegtuig zonder vleugels dat door een grote rotor met een verticale as kan opstijgenDio poseert voor de helikopter met twee vingers in de lucht. (…) Piloot Willem de Jong: „Ik heet Willem, maar ze noemen me Wopper.” Dio: „Met Wopper in de chopper!”
- (verkeer) type motorfiets met een lange voorvork en een klein voorwielAlle types zijn aanwezig: toer- en racemotoren, hier en daar zelfs een ruige chopper.
- fiets of bromfiets met een hoog stuur en een klein voorwielAls trotse bezitter van een peperdure mountainbike, chopper of retrofiets, is je grootste vijand de fietsendief.
- (archeologie) steen die je in de hand kunt houden en waar aan een kant een of meer stukken zo van zijn afgeslagen dat er een scherpe rand ontstaat waarmee je kan snijden en hakkenDe vuistbijlen en choppers die aan Pithecanthropus erectus werden toegeschreven blijken van sapiens te zijn geweest.
- (elektronica) schakeling waarmee elektrische spanning wordt verlaagd door gelijkstroom voortdurend heel snel aan- en uit te schakelenHet verschil huist in de chopper, een gelijkstroom omzetter {{sic!|gelijkstroomomzetter
Etymologie
*van "chopper", in de betekenis "helikopter" aangetroffen vanaf 1953 [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010477193:mpeg21:a0089 "Menselijke Yo-Yo" in: De Nieuwsgier jrg. 8 nr. 179 (8 april 1953)]; p. 3 kol. 7; geraadpleegd 2019-04-14
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek