chopper

mannelijk (de)/ˈtʃɔpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) keukengerei dat met ronddraaiende messen voedsel in kleine stukjes hakt
    In de chopper hakte ze een stukje verse gember, een Spaanse peper en een paar tenen knoflook tot minuscule stukjes.
  2. luchtvaart, informeel (luchtvaart) (informeel) vliegtuig zonder vleugels dat door een grote rotor met een verticale as kan opstijgen
    Dio poseert voor de helikopter met twee vingers in de lucht. (…) Piloot Willem de Jong: „Ik heet Willem, maar ze noemen me Wopper.” Dio: „Met Wopper in de chopper!”
  3. verkeer (verkeer) type motorfiets met een lange voorvork en een klein voorwiel
    Alle types zijn aanwezig: toer- en racemotoren, hier en daar zelfs een ruige chopper.
  4. fiets of bromfiets met een hoog stuur en een klein voorwiel
    Als trotse bezitter van een peperdure mountainbike, chopper of retrofiets, is je grootste vijand de fietsendief.
  5. archeologie (archeologie) steen die je in de hand kunt houden en waar aan een kant een of meer stukken zo van zijn afgeslagen dat er een scherpe rand ontstaat waarmee je kan snijden en hakken
    De vuistbijlen en choppers die aan Pithecanthropus erectus werden toegeschreven blijken van sapiens te zijn geweest.
  6. elektronica (elektronica) schakeling waarmee elektrische spanning wordt verlaagd door gelijkstroom voortdurend heel snel aan- en uit te schakelen
    Het verschil huist in de chopper, een gelijkstroom omzetter {{sic!|gelijkstroomomzetter

Etymologie

*van "chopper", in de betekenis "helikopter" aangetroffen vanaf 1953 [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010477193:mpeg21:a0089 "Menselijke Yo-Yo" in: De Nieuwsgier jrg. 8 nr. 179 (8 april 1953)]; p. 3 kol. 7; geraadpleegd 2019-04-14